Het is misschien nooit opgevallen maar eigenlijk is De Hoeksteen een merkwaardige kerk: een protestantse kerk ingericht volgens de katholieke traditie. Ook enigszins merkwaardig is dat de ingebruikname plaats vond voor de officiële opening.

Op 20 december 1987 hebben de predikanten J.W. v.d. Linden en P.C.Pettinga om 3 uur in de middag nog een gaatje gevonden en wordt op de 4e zondag van advent een dienst gehouden. Als ik me goed herinner is er die morgen nog een reguliere dienst in De Tas. Elly Rote bespeelt het orgel. Na het welkom zingen we psalm 84: 1 en 2 gevolgd door stil gebed, votum en groet en het lezen van 1 Petrus 2: 6. Dan begint de ingebruikname van het liturgisch centrum met gebed en het zingen van lied 318: 1 en 2. Ben Buikema en Anne van Noort brengen de kanselbijbel binnen en overhandigen die aan de voorganger. Dan volgt een tekst die ik nooit in verband zou brengen bij de ingebruikneming van een kerkgebouw: Marcus 16: 15. Dan zingen we gezang 318 : 7 en 8 en brengen twee kinderen de schaal van het doopvont binnen. Van hetzelfde gezang zingen we dan vers 3 en 4. Twee jongeren brengen met de ouderlingen de collectezakken binnen en overhandigen die aan de diakenen. En we lezen 1 Kor 12: 26-27. We zingen vers 5 en 6 van het eerder genoemde gezang en twee ouderlingen brengen het avondmaalstel binnen en geven dat aan de diakenen. Gelezen wordt 1 Kor 11: 23-26. En wordt vers 9 en 10 gezongen. Daarna kan de Dienst van het Woord beginnen.
We lezen Jesaja 8:13 en 14a en 28:16 beide teksten verwijzen naar ”De Hoeksteen” en zingen gezang 320:1. Dan komen de hoeksteenteksten uit het nieuwe testament aan de orde: Efeze 2: 19 en 20 en 1 Petrus 2: 4-10 en zingen we het tweede vers van gezang 320. Als tekst is gekozen Mattheus 7: 24-27, over het huis op de rots en het zand. Heel toepasselijk voor een verbouwing door in feite amateurs! Nu hoeven we niet zo bang te zijn dat De Hoeksteen zou omverwaaien, maar een serieus probleem was wel dat de parkeerplaats afgegraven was. Daardoor verminderde de tegendruk tegen het water achter in de sloot en was de mogelijkheid niet denkbeeldig dat het gebouw van zijn fundament geschoven kon worden. Het gebeurde gelukkig niet maar later werd er in verband met lekkage door de dijk een damwand geslagen, die de druk wat af deed nemen.

Preekstoel

Het liturgische centrum is geschonken door iemand die nooit in de kerk kwam. In zijn jeugd was hij in een zwartekousenkerk opgegroeid en had daar goede tegenzin opgedaan, maar voor De Hoeksteen zat zijn hart op de goede plek.
Anne van Noort had de huidige indeling van het centrum bedacht en wilde van geen verandering weten. Maar van oudsher (Augustinus en Calvijn) staat Het Woord en dus de preekstoel centraal in de kerk. In de katholieke kerken staat het altaar centraal en de preekstoel terzijde. Maar een doorgewinterde protestant weet altijd wel een oplossing te bedenken en die werd geïntroduceerd bij de officiële opening van De Hoeksteen. Als mijn geheugen me niet bedriegt was het orgel nog het oude Tas-orgel en was er geen kaars. Het podium was ook wat kleiner maar het aantal stoelen in de kerk meer dan twee keer het huidige aantal.

Op 7 januari is er weer een dienst in De Hoeksteen en wel ter gelegenheid van de begrafenis van Karel van der Ster. Op Karel was de uitspraak van de vader van Dik Trom van toepassing: “Het is een bijzonder mens en dat is ie”. Evenals prins Claus droeg Karel nooit een overjas. Zomer en winter liep hij zonder overjas, natuurlijk samen met Lenie, uit de Smedingstraat naar De Tas. In de winter droeg hij aan een hand een handschoen. Boze tongen beweerden dat dit was omdat hij met zijn hand in een zaag was gevallen. De verwonding maakten dat de zenuwen uiterst gevoelig waren voor koude. De ware reden ligt volgens mij ergens anders. Karel was iemand met een warm hart die graag met warme hand gaf. Een paar weken voor zijn overlijden, hij wist dat het niet meer zo lang zou duren, liep hij naar Ben Buikema en bracht een substantiële gift voor De Hoeksteen, hij zei zoiets: Ik geef het liever nu want straks kan het niet meer.

Het programma van 16 januari 1988 is wat anders van aard. Er zijn vertegenwoordigers van de andere kerken in Benthuizen, van de RK gemeenschap, van de zusterkerken in Zoetermeer en de gemeentelijke overheid. Eerst is er de officiële opening waarin drie keer gezongen wordt: psalm 100, gezang 319 en psalm 89. Er is een lezing uit 1 Koningen 8 : 26-29.
Na een welkom door Ben Buikema als voorzitter van het HGO, gevolgd door zang en gebed, de schriftlezing en weer gezang is het de beurt is aan de bouwcommissie om het gebouw over te dragen aan de kerkenraad. Bij die overdracht wordt ook een statenbijbel aangeboden die op de liturgietafel komt te liggen. Staat het Woord dus toch nog centraal en nauw verbonden met de liturgie. Die bijbel ligt altijd open behalve op de vrijdag en zaterdag voor Pasen. Er zijn nog diverse andere sprekers o.a. ds. R. Klijnsma en ds. J. Poot. De bijeenkomst duurde twee uur en helaas waren alleen maar mannen aan het woord.
Na het slotwoord door de voorzitter van het HGO wordt de naam De Hoeksteen onthuld door mevrouw Schellingerhout–Roos en de heer M. Spruitenburg. De letters zijn later gebakken en aangebracht door Goos Schellingerhout,
De aanwezigen krijgen een half uur om de kelen te smeren en wat hartigs te eten waarna er tot zes uur gelegenheid is voor de dorpsgenoten om een blik te werpen in De Hoeksteen. Tijdens de dienst en Open Huis is er orgelspel van Elly Rote, ze zit die dag vier uur achter het orgel.